De vermogensbelasting in box 3 blijft voor veel Nederlanders lastig te doorgronden. U betaalt niet over wat uw spaargeld en beleggingen daadwerkelijk opleveren, maar over een verondersteld rendement dat de fiscus aan uw vermogen toerekent. Wie zelf de vermogensbelasting wil berekenen, loopt daardoor tegen een reeks stappen aan: wat telt als vermogen, welke peildatum geldt, welke forfaits horen bij welke categorie, hoeveel is vrijgesteld en welk tarief past u toe. Deze gids loopt die stappen in 2026 stap voor stap door, met een duidelijk gemarkeerd rekenvoorbeeld, en legt eerlijk uit waarom de enige manier om de vermogensbelasting volledig te beëindigen het einde van uw Nederlandse fiscale woonplaats is.

Alle bedragen, percentages en drempels in deze gids zijn indicatief en dienen ter uitleg van de systematiek. De exacte cijfers worden jaarlijks vastgesteld en kunnen wijzigen, dus controleer de actuele waarden altijd bij de Belastingdienst voordat u conclusies trekt.
Wat is vermogensbelasting in box 3?
De vermogensbelasting is in Nederland geen zelfstandige belasting met een eigen naam, maar het onderdeel van de inkomstenbelasting dat box 3 heet. Box 3 belast het inkomen uit sparen en beleggen. Anders dan box 1 (inkomen uit werk en woning) en box 2 (aanmerkelijk belang) heft box 3 niet over een werkelijk ontvangen bedrag, maar over een verondersteld rendement op de omvang van uw vermogen op één peildatum per jaar.
Dat maakt de vermogensbelasting bijzonder. U kunt in een jaar met dalende beurskoersen toch belasting verschuldigd zijn, omdat de heffing niet naar uw feitelijke winst kijkt maar naar een forfait. Voor spaarders en beleggers voelt dat vaak onrechtvaardig: u betaalt over rendement dat u misschien nooit heeft gehaald. Juist daarom is het nuttig om precies te begrijpen hoe u de vermogensbelasting berekent, zodat u weet waar de bedragen vandaan komen en welke knoppen er zijn.
De systematiek van box 3 staat al jaren onder druk en is meermaals aangepast na rechtspraak. In deze gids beschrijven we de hoofdlijn zoals die in 2026 indicatief geldt, met de kanttekening dat de precieze uitwerking per jaar verandert. Voor de achtergrond en context van deze heffing kunt u ook onze uitgebreide gids lezen over box 3 belasting vermijden door te emigreren naar Paraguay, die de strategische kant belicht.
Wat telt als vermogen voor de vermogensbelasting?
De eerste stap om de vermogensbelasting te berekenen is het bepalen van uw grondslag: de optelsom van uw bezittingen, verminderd met uw schulden. Tot de bezittingen die in box 3 vallen, horen in beginsel de volgende categorieën.
Ten eerste uw banktegoeden: spaargeld, betaalrekeningen en deposito's, zowel in Nederland als in het buitenland. Ten tweede uw beleggingen: aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, cryptovaluta en vergelijkbare waardepapieren. Ten derde onroerend goed dat niet uw eigen woning is, zoals een tweede woning, een vakantiehuis of verhuurd vastgoed. Ten vierde vorderingen en overige bezittingen, zoals uitgeleend geld of het kapitaal in bepaalde verzekeringen.
Niet alles telt mee. Uw eigen woning valt in box 1, niet in box 3, en bezittingen die tot een onderneming of aanmerkelijk belang behoren, horen in box 1 of box 2 thuis. Ook geldt voor sommige groene beleggingen een vrijstelling. Van de som van uw bezittingen trekt u vervolgens uw schulden af, maar niet volledig: er geldt een schulddrempel, waardoor alleen het deel van uw schulden boven een bepaald bedrag meetelt. Die drempel voorkomt dat kleine schulden de grondslag drukken.
Het is verstandig om per categorie een overzicht te maken van uw bezittingen en schulden op de peildatum, want die indeling bepaalt straks welk forfait de fiscus toepast. Een nauwkeurige inventarisatie is de basis van een correcte berekening en voorkomt dat u posten over het hoofd ziet of dubbel telt.
De peildatum: het moment waarop u het vermogen berekent
Een cruciaal begrip bij de vermogensbelasting is de peildatum. Box 3 kijkt naar de waarde van uw bezittingen en schulden op één moment: 1 januari van het belastingjaar. Wat u gedurende het jaar verdient, spaart, belegt of uitgeeft, verandert de heffing voor dat jaar in beginsel niet. De foto die de fiscus op 1 januari maakt, is bepalend.
Die peildatum heeft praktische gevolgen. Wie vlak na de jaarwisseling een groot bedrag ontvangt, ziet dat pas in de berekening van het volgende jaar terug. En wie op 31 december een deel van zijn vermogen omzet of uitgeeft, kan daarmee de grondslag voor het komende jaar beïnvloeden. Tegelijk waarschuwt de fiscus voor kunstmatige constructies rond de jaarwisseling die enkel bedoeld zijn om de peildatum te ontlopen; die kunnen worden gecorrigeerd.
Voor wie overweegt te emigreren is de peildatum extra relevant. In het jaar van vertrek bent u een deel van het jaar nog binnenlands belastingplichtig, waardoor de vermogensbelasting over dat deel nog kan spelen. De timing van uw verhuizing ten opzichte van 1 januari kan dus verschil maken voor de heffing in het vertrekjaar. Dit is bij uitstek een punt om vooraf met een fiscalist door te nemen.
Het fictief rendement per categorie berekenen
Het hart van de vermogensbelasting is het fictief rendement. De Belastingdienst gaat er niet van uit dat u uw werkelijke winst opgeeft, maar rekent per categorie met een verondersteld rendementspercentage, ook wel forfait genoemd. Grofweg zijn er drie groepen, elk met een eigen fictief rendement.
De eerste groep is banktegoeden. Hiervoor geldt een laag verondersteld rendement, dat de fiscus koppelt aan de gemiddelde spaarrente. Dit percentage wordt pas na afloop van het jaar definitief vastgesteld en ligt de laatste jaren indicatief tussen ongeveer 1 en 1,5 procent, al kan het per jaar sterk afwijken. Spaargeld wordt dus relatief licht belast in box 3.
De tweede groep is overige bezittingen: beleggingen, vastgoed dat niet uw eigen woning is, en vorderingen. Hiervoor rekent de fiscus met een aanmerkelijk hoger fictief rendement, indicatief rond de 6 procent. Dat hogere forfait is de reden dat beleggers en vastgoedbezitters de vermogensbelasting doorgaans zwaarder voelen dan spaarders. Ook als uw beleggingen in een jaar nauwelijks stegen, gaat de berekening uit van dit veronderstelde rendement.
De derde groep zijn schulden, die u tegen een eigen forfait mag aftrekken. Ook dat percentage wordt na afloop van het jaar vastgesteld en is gekoppeld aan de rente. Per saldo berekent u het fictief rendement door voor elke categorie de waarde te vermenigvuldigen met het bijbehorende forfait, en die uitkomsten bij elkaar op te tellen (en het rendement op schulden af te trekken). Omdat de percentages elk jaar wijzigen en pas achteraf definitief worden, controleert u ze altijd bij de Belastingdienst; de getallen in deze gids zijn nadrukkelijk indicatief.
Het heffingsvrij vermogen en het tarief toepassen
Nadat u het fictief rendement heeft bepaald, komen twee gunstige elementen in beeld: het heffingsvrij vermogen en, in de berekening, de verhouding tot uw totale vermogen. Een deel van uw vermogen blijft namelijk buiten de vermogensbelasting dankzij het heffingsvrij vermogen. In 2026 ligt dat indicatief rond de 57.000 euro per persoon. Fiscale partners kunnen dat samen benutten, waardoor voor een stel indicatief ongeveer het dubbele is vrijgesteld. Alleen het vermogen boven die drempel telt mee voor de heffing.
Over het belaste deel van het fictief rendement betaalt u vervolgens belasting tegen het box 3-tarief. Dat tarief is de afgelopen jaren verhoogd en ligt in 2026 indicatief rond de 36 procent. In de praktijk werkt de berekening zo dat de fiscus het fictief rendement over uw hele vermogen bepaalt, dat via een rendementspercentage koppelt aan het deel boven het heffingsvrij vermogen, en daarover het tarief toepast. De exacte rekenmethode is de laatste jaren aangepast, dus de precieze volgorde en tussenstappen kunnen per jaar verschillen.
Het heffingsvrij vermogen en het tarief zijn de twee knoppen die het meeste effect hebben op wat u uiteindelijk betaalt. Een hoger heffingsvrij vermogen verlaagt de grondslag, een hoger tarief verhoogt de heffing. Beide worden jaarlijks politiek vastgesteld en kunnen dus veranderen. Wilt u een indruk krijgen van de orde van grootte voor uw eigen situatie, dan kunt u naast de officiële hulpmiddelen van de fiscus ook onze belastingcalculator gebruiken als eerste, indicatieve oriëntatie.
Een indicatief voorbeeld: vermogensbelasting berekenen in de praktijk

Een concreet voorbeeld maakt de vermogensbelasting tastbaar. Het onderstaande is nadrukkelijk illustratief en met ronde getallen opgezet: het is geen berekening voor uw situatie en geen fiscaal advies. Gebruik het uitsluitend om de systematiek te volgen.
Stel dat een alleenstaande belegger op 1 januari 2026 een vermogen heeft van 500.000 euro, volledig in beleggingen, zonder schulden. Om de vermogensbelasting te berekenen, past u eerst het fictief rendement voor overige bezittingen toe. Neemt u indicatief 6 procent, dan gaat het om een fictief rendement van ongeveer 30.000 euro over het hele vermogen. Vervolgens komt het heffingsvrij vermogen in beeld: rond de 57.000 euro blijft buiten de heffing, waardoor ongeveer 443.000 euro van de 500.000 euro meetelt, oftewel ongeveer 88 procent.
Dat betekent dat ongeveer 88 procent van het fictief rendement van 30.000 euro belast is, dus rond de 26.500 euro. Over dat bedrag past u het tarief van indicatief 36 procent toe, wat uitkomt op ongeveer 9.500 euro vermogensbelasting voor dat jaar. Die uitkomst betaalt u ongeacht of uw portefeuille dat jaar werkelijk 30.000 euro opleverde, meer, of juist verlies leed.
Let goed op: dit voorbeeld gebruikt afgeronde percentages en een vereenvoudigde methode. De werkelijke berekening kent extra tussenstappen en de forfaits en het tarief worden per jaar vastgesteld. Bij een groter vermogen, bij een mix van spaargeld en beleggingen of bij schulden ziet de uitkomst er anders uit. Het punt van het voorbeeld is niet het exacte bedrag, maar het inzicht dat de heffing losstaat van uw werkelijke resultaat en zich elk jaar herhaalt. Reken uw eigen situatie daarom altijd door met een fiscalist of met de officiële hulpmiddelen van de Belastingdienst.
Wilt u weten wat de vermogensbelasting u werkelijk kost? In een gratis kennismakingsgesprek zetten we uw box 3-last op een rij en bekijken we of een verhuizing naar Paraguay bij uw vermogen past. Afspraak maken
De tegenbewijsregeling: werkelijk rendement in box 3
De berekening via het fictief rendement is niet altijd het eindstation. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de forfaitaire systematiek van de vermogensbelasting op gespannen voet staat met het eigendomsrecht wanneer het fictief rendement hoger uitvalt dan uw werkelijke rendement. Sindsdien geldt een tegenbewijsregeling: kunt u aantonen dat uw werkelijke rendement in een jaar lager was dan het veronderstelde, dan wordt in beginsel over dat lagere, werkelijke rendement geheven.
Dat klinkt als een uitweg, maar de praktijk is bewerkelijk. U moet uw werkelijke rendement onderbouwen, inclusief ongerealiseerde waardeontwikkeling van beleggingen en vastgoed, en dat per jaar opnieuw. Voor wie een brede portefeuille heeft, is dat een forse administratieve klus. Bovendien biedt de regeling in goede beleggingsjaren geen voordeel, omdat uw werkelijke rendement dan juist hoger is dan het forfait; in die jaren blijft het fictief rendement leidend.
Daarnaast werkt de wetgever aan een nieuw stelsel dat de vermogensbelasting uiteindelijk op het daadwerkelijke rendement wil baseren. De invoering is meermaals uitgesteld en de precieze vormgeving en datum staan nog niet vast. Houd de ontwikkelingen daarom in de gaten via de Rijksoverheid. Voor uw afweging betekent dit dat de tegenbewijsregeling op korte termijn verlichting kan geven in mindere jaren, maar dat vermogen in Nederland belast blijft, ook onder een toekomstig stelsel van werkelijk rendement.
Vastgoed en de vermogensbelasting berekenen
Voor veel vermogende Nederlanders zit een groot deel van het box 3-vermogen in onroerend goed: een tweede woning, een vakantiehuis of verhuurd vastgoed. Ook die bezittingen tellen mee bij de vermogensbelasting en vallen onder het hogere fictief rendement voor overige bezittingen. Bij het berekenen gaat het om de waarde van het vastgoed op de peildatum, in beginsel de WOZ-waarde voor woningen, waarbij voor verhuurde woningen soms een correctie geldt.
De werkelijke huurinkomsten en de feitelijke waardeontwikkeling doen voor de heffing in beginsel niet ter zake; de berekening gaat uit van het forfait. Dat maakt vastgoed in box 3 relatief zwaar belast, zeker in jaren waarin de waarde niet sterk stijgt. Bovendien is vastgoed minder liquide dan spaargeld: u kunt niet zomaar een deel verkopen om de jaarlijkse heffing te betalen, wat de last extra voelbaar maakt.
Bij emigratie neemt in Nederland gelegen vastgoed een bijzondere positie in. Ook na een correcte woonplaatsverlegging kan Nederland over Nederlands onroerend goed blijven heffen, terwijl uw overige, buitenlandse vermogen dan buiten de Nederlandse vermogensbelasting valt. Of en hoe u vastgoed vóór of na een verhuizing het beste structureert, aanhoudt of verkoopt, is bij uitstek maatwerk. Laat dit onderdeel daarom uitdrukkelijk meenemen in de analyse door een fiscalist, zodat u niet voor onverwachte heffingen komt te staan.
Waarom emigreren de vermogensbelasting kan beëindigen
Wie de rekensom hierboven volgt, ziet het patroon: de vermogensbelasting is een jaarlijks terugkerende heffing die zich stapelt, ongeacht uw werkelijke rendement. U kunt de heffing in een enkel jaar drukken via de tegenbewijsregeling, of hopen op een gunstiger forfait, maar structureel verdwijnt de vermogensbelasting niet zolang u fiscaal inwoner van Nederland bent. De enige manier om de heffing over uw wereldwijde vermogen volledig te beëindigen, is ophouden fiscaal inwoner van Nederland te zijn.
Dat gebeurt niet automatisch bij het pakken van een koffer. U moet zich correct uitschrijven uit de Basisregistratie Personen en, belangrijker nog, uw middelpunt van het leven aantoonbaar naar het buitenland verleggen. De Belastingdienst beoordeelt woonplaats zelfstandig, op basis van feiten zoals waar u woont, waar uw gezin verblijft en waar uw sociale en economische leven zich afspeelt. Wie zijn Nederlandse woning aanhoudt of telkens terugkeert, loopt het risico dat de fiscus hem als inwoner blijft zien, met de vermogensbelasting die daarbij hoort.
Paraguay komt hier in beeld als bestemming. Het land kent geen vermogensbelasting die vergelijkbaar is met box 3: er is geen jaarlijkse heffing op de omvang van uw vermogen en geen heffing op een verondersteld rendement. Bovendien hanteert Paraguay een territoriaal belastingstelsel, waardoor buitenlands inkomen, waaronder beleggings- en vermogensinkomen uit bronnen buiten Paraguay, in beginsel onbelast blijft, mits u er werkelijk fiscaal inwoner wordt. Lokaal inkomen wordt laag belast, indicatief tegen een IRP van 8-10 %. De werking van dat stelsel staat uitgebreid beschreven in onze gids over het Paraguayaanse belastingstelsel.
Het is eerlijk om te benadrukken dat die 0 procent geldt in beginsel en onder voorwaarden, niet als automatische garantie. De bron van uw inkomen moet werkelijk buiten Paraguay liggen, u moet er daadwerkelijk fiscaal inwoner zijn, en de regels kunnen wijzigen. Wat het leven, de kosten en de praktische kanten van zo'n verhuizing betekenen, leest u in onze complete gids over emigreren naar Paraguay en in het overzicht van de kosten van levensonderhoud in Paraguay, zodat u de keuze op feiten baseert en niet op een enkel percentage.
Veelgestelde vragen over de vermogensbelasting berekenen
Hoe berekent u de vermogensbelasting in box 3 in 2026?
U bepaalt eerst uw grondslag: bezittingen minus schulden op peildatum 1 januari. Vervolgens past u per categorie het fictief rendement toe (laag voor banktegoeden, indicatief rond 6 % voor overige bezittingen), trekt u het heffingsvrij vermogen van ongeveer 57.000 euro per persoon af en past u het tarief van indicatief rond 36 % toe. De exacte forfaits en het tarief wijzigen jaarlijks, dus controleer ze bij de Belastingdienst.
Wat telt mee als vermogen voor de vermogensbelasting?
Uw banktegoeden, beleggingen, een tweede woning of verhuurd vastgoed en vorderingen tellen mee, verminderd met uw schulden boven de schulddrempel. Uw eigen woning en bezittingen die in box 1 of box 2 vallen, tellen niet mee in de vermogensbelasting van box 3. Een nauwkeurig overzicht per categorie op de peildatum is de basis van een juiste berekening.
Welk fictief rendement en tarief gelden in 2026?
Indicatief geldt voor banktegoeden een laag rendement (ongeveer 1 tot 1,5 %), voor overige bezittingen rond 6 %, en voor schulden een eigen forfait; het tarief ligt rond 36 %. Deze percentages worden per jaar vastgesteld en de spaar- en schuldpercentages pas na afloop van het jaar definitief. Beschouw de genoemde waarden daarom als richtgetallen en raadpleeg de actuele cijfers.
Wat is de peildatum voor de vermogensbelasting?
De peildatum is 1 januari van het belastingjaar. De waarde van uw bezittingen en schulden op die datum bepaalt de heffing voor het hele jaar; latere mutaties tellen in beginsel pas mee in het volgende jaar. Kunstmatige verschuivingen rond de jaarwisseling die enkel bedoeld zijn om de peildatum te ontlopen, kunnen door de fiscus worden gecorrigeerd.
Kunt u de vermogensbelasting verlagen met werkelijk rendement?
In mindere jaren mogelijk wel. Via de tegenbewijsregeling mag u aantonen dat uw werkelijke rendement lager was dan het fictieve; dan wordt in beginsel over dat lagere bedrag geheven. De onderbouwing is bewerkelijk en biedt geen voordeel in goede beleggingsjaren. Structureel verdwijnt de vermogensbelasting er niet mee, want vermogen in Nederland blijft belast.
Hoe berekent u de vermogensbelasting over een tweede woning?
Vastgoed dat niet uw eigen woning is, valt onder overige bezittingen met het hogere fictief rendement. U rekent met de waarde op de peildatum, in beginsel de WOZ-waarde, soms met een correctie voor verhuurde woningen. De werkelijke huur en waardeontwikkeling doen voor de heffing in beginsel niet ter zake. Nederlands vastgoed kan ook na emigratie belast blijven.
Beëindigt emigreren naar Paraguay de vermogensbelasting?
Alleen als u fiscaal geen inwoner van Nederland meer bent. Dat vraagt naast uitschrijving uit de BRP een aantoonbare verlegging van uw middelpunt van het leven naar het buitenland. Paraguay kent geen vermogensbelasting en belast buitenlands inkomen in beginsel niet, mits u er werkelijk fiscaal inwoner wordt. Nederlands vastgoed kan een uitzondering vormen, dus laat uw positie vooraf toetsen.
Waar kunt u de vermogensbelasting laten berekenen of toetsen?
De officiële hulpmiddelen van de Belastingdienst geven de meest actuele rekenmethode en cijfers. Voor een eerste indruk van de orde van grootte kunt u ook onze indicatieve belastingcalculator gebruiken. Voor uw persoonlijke situatie, zeker bij een groot vermogen, vastgoed of emigratieplannen, laat u de berekening altijd toetsen door een Nederlandse fiscalist.
Let op: dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal of juridisch advies. De regels rond de vermogensbelasting in box 3 veranderen jaarlijks en uw eigen situatie is bepalend. Laat uw positie altijd toetsen door een Nederlandse fiscalist voordat u stappen zet.
Wilt u weten of een verhuizing naar Paraguay uw vermogensbelasting kan beëindigen? Plan gerust een gratis kennismakingsgesprek met ons. We bekijken uw vermogen, uw situatie en het traject van residentie tot cédula.

Over de auteur
Stijn Veentjer
Emigratie- & relocatiespecialist · Paraguay
Begeleidt Nederlandse ondernemers bij emigratie, verblijf (Cedula) en relocatie naar Paraguay. Algemene begeleiding, geen individueel fiscaal advies.





